Naakt Afrika

Ik weet nog zo goed dat ik daar stond, alles uittrok en in zee rende.
dat ik spetterde en gelukkig was
enkel kon lachen
de zon op mijn huid brandde, op mijn kont
dat niemand keek, ik mezelf kon zijn
vrij
dat we samen waren wij en ik
Afrika en het leven

P1040671

Dag zusje

Gisteren was de geboortedag van mijn zus. Mijn grote zus, die 37 jaar geleden is geboren. 37 jaar!

Ik vind het jammer. Soms mis ik haar. Soms ben ik zo nieuwsgierig naar hoe ze geweest zou zijn. Zou ze op papa lijken of op mama? Op mijn broer of op mij? Zo lang geleden leefde dat sterke meisje waar ik ongelooflijk trots op zou zijn geweest, maar ze is er niet meer.

Eigenlijk heb ik er geen last van. Ik weet niet beter dan dat mijn zus bij Jezus rust.

Waar ik wel last van heb, is van alle olifanten die ik op zolder heb wonen. Zodra je ook maar een voet over de drempel zet, slaan ze je om de oren met hun slurf. Aandacht willen ze, geknuffeld worden. Nou vind ik knuffelen te gek, maar als je mij een beetje kent dan weet je dat ik al heel veel knuffeldieren heb. En dat ik een vitrinekast vol egels heb om liefdevol te onderhouden. Ik heb zelfs een plank boven de televisie vol met olifantjes.

Maar die olifanten op zolder verdienen beter. Die verdienen die aandacht ook, die hebben ze zo hard nodig. En ze zijn lief. En zacht. En ze kosten maar 10 euro. En het geld gaat allemaal naar Stichting Villa Joep. Dis is de stichting die zich inzet tegen neuroblastoom, een zeldzame vorm van kanker die nog steeds zo moeilijk te genezen is en steeds weer jonge kindjes treft. Jonge kindjes, net als mijn zusje, zo ontzettend lang geleden.

Villa Joep Olifant

Help je alsjeblieft?

Elke verkochte olifant geeft mij en alle doodzieke kindjes een piepklein lichtje aan het einde van de tunnel.

Ik kan mezelf niet serieus nemen

Ik kan mezelf niet meer serieus nemen. Dat ik al die tijd mijn bril met de verkeerde doekjes schoonmaakte was al stom genoeg, maar nu zat ik ineens met een bril vol krassen in de bovenste laag, de ontspiegelingslaag. “Die kunnen we er wel afweken, dan heb je hem morgen terug”, zeiden ze in de brillenwinkel waar ik overigens erg tevreden over ben en best reclame voor wil maken, maar zo zit schrijfmar niet in elkaar. Of toch wel. Pearl! Pearl! Pearl!

De volgende ochtend kwam ik terug bij Pearl en ik zei:

“Ik kom mijn bril uit bad halen”.

Ze lachte niet, ze vroeg alleen heel serieus mijn naam. Had ik toch de hele nacht liggen nadenken over die grappige opmerking – blijkt het weer alleen mijn humor te zijn.

Brilletje is weer krasloos, maar spiegelt nu wel ‘wat’ meer. En daarom kan ik mezelf niet meer serieus nemen. Een foto van mij is nu compleet onmogelijk geworden, want: bril spiegelt. Maar ik kan mezelf in de spiegel ook niet in de ogen kijken, want: bril spiegelt. Ik weet niet of een ander me wel kan aankijken, want: bril spiegelt.

En ik kan je vertellen dat dat heel irritant is. Het betekent het einde van mijn liefdevolle relatie met mijn groen/paarse bril, wat ik heel verdrietig vind. We zijn nog geen drie jaar samen en zijn al die tijd heel gelukkig geweest. Maar het gaat niet meer. Een opvolger is besteld en daar zal ik het dan voorlopig mee moeten doen.

Misschien moet ik mijn kleding dan nog maar wat vrolijker of gekker maken, want die vrolijke bril is weg. En mijn nieuwe is een stuk minder vrolijk………….

Angst vs. lef

Ik lig op een picknickkleedje op het grasveld van mijn tuin. Het is heel lekker weer en ik heb een leuke oefening gevonden die ik ga doen:
Opschrijven wat ik zou doen met meer lef. 20 dingen vragen ze.
Als ik lef had …
Als ik lef had …
Als ik lef had … enz enz
Niet te lang over nadenken, gewoon opschrijven is het devies. Nou, met moeite kom ik tot 12. Er is niet zo heel veel wat ik niet doe uit angst en dat is voor mij best wel awesome. De meeste dingen doe ik niet vanwege geld- en tijdgebrek. Lefgebrek is voor mij ondergeschikt, hoewel ik angstig ben aangelegd. Of stoer. Of niet stoer, want bij veel ‘enge’ dingen heb ik totaal geen behoefte ze uit te voeren. Zoals bungeejumpen ofzo.
Ik vind het trouwens een onwijs leuke oefening. Ik heb dezelfde oefening gedaan met Als ik tijd had … en Als ik geld had … en deze kreeg ik veel sneller vol.
Het leverde mij onverwachts toch wat inzichten in.

De zon begint zo fel te schijnen dat ik mijn shirt uittrek. Nu zit ik supersexy maar niet heus in mijn hemd en legging. Durfal ben ik hè?

Dan schrik ik. Wil bijna keihard gaan gillen. In mijn ooghoek zie ik een reusachtig grote, zwarte vlek en ik denk: een spin! Maar het is het lint waarmee het picknickkleedje opgerold en bijeengebonden zat.

Maar verder heb ik echt heel veel lef, hoor.

Haha.

Mini-dagboek Friesland

05-05
Nou, ik ben onderweg! Ik wilde eerst wegscheuren als een gestoorde wegidioot en toen dacht ik daarna, ja waarom eigenlijk?
Ik kan ook gewoon lekker rustig aan rijden en het valt me nu op dat er heel veel mensen geen 130 rijden terwijl dat wel mag, ik vraag me af waarom dat zo is. Misschien moet ik dat toch ook eens vaker doen.

Friesland. Eindelijk. Ik rij via Doosje, Muggenbeet en Joure naar Workum. Ik doe er de hele dag over en ben uitgeteld als ik aankom, maar gastheer Robert verwent me gelijk met thee en eten.

06-05
Ik ben mijn moeheid vergeten, terwijl ik heel vroeg wakker ben. “Nee hoor, ik heb geen last van die haan”, zei ik stoer. Waarom zei ik dat? Ik haat die haan.

Er zijn hier echt continu van die waterovergangen. Zijn het geen stoplichten, zijn het wel watertjes met brugjes waar je op moet wachten.

07-05
Ik kan echt niet geloven dat ik morgen alweer naar huis moet.
Het is zo vredig in Friesland. Zo rustig. Het ruikt anders, lekker. Het ruikt echt naar gewoon puur natuur ofzo.

En die haan. Tja. Ik heb flink op die haan zitten mopperen. En toch is het zo relaxed om gewoon op zo’n natuurlijke manier wakker te worden. Ik ben wel een beetje moe, maar ook niet echt supererg. Maar ja, je bent gewoon klaarwakker als dat beest maar bezig blijft. En je kan er niks aan doen want het is een dier. Dus… ja. Ik vin het ergens toch wel, ja, toch wel rustgevend ofzo. Maar ja als ik hem langer zou hebben dan eh. Dan zou ik er misschien doorheen slapen, net als Robert van La Dolce Frisia.

08-05
Ik zit aan het ontbijt te huilen. Ik wil niet naar huis. Ik wil niet terug naar mijn huis vol stress met een afstuderende autist! Het is confronterend dat ik zo intens verdrietig ben.
Natuurlijk zet me dat aan het denken.
Ik doe de hele dag over de terugweg, omdat ik eigenlijk niet terug wil.
Die vrijheid he die ik nu heb nu ik nog zit te chillen in Muyeveld vind ik zo heerlijk.

En toch ben ik blij als ik Peter weer in mijn armen sluit.

Ontspannen Friesland

Omdat ik maanden geleden al even rust aan mijn hoofd wildeen een leuke bed and breakfast had ontdekt in Friesland, plande ik ver vooruit een weekendje met mezelf.
Oh, wat keek ik daar naar uit.

Ik vroeg me wel af of het nog nodig zou zijn als Peter afgestudeerd zou zijn, maar dat was niet nodig want hij studeerde nog niet af.

En dus ging ik alweer twee weken geleden naar Friesland, naar Workum om precies te zijn, helemaal met mezelf. Vroemelientje reed, twee egels op de achterbank. Wat kon mij nou gebeuren?

Nou inderdaad helemaal niks.
Behalve een schrijfblack-out dan, maar ach. Zoals mijn Friese vriend verstandig zei: ‘is dat zo erg?’
Ik heb ontspannen en dat is voor mij zo lastig én belangrijk.

Er was rust, gezelligheid, lachen en serieuzigheid.
Vrolijke was (had je al kunnen spotten op mijn instagramprofiel), iniministrandjes bij Hindeloopen, een klif van 6 meter, mooie kroelpoezen en een man die voor me kookte. Echt, wat wil een mens nog meer?
Ik geniet nog steeds! Wat is het toch heerlijk om even alleen weg te zijn. Na te denken, uit te rusten.
Gewoon even te zijn wie ik ben zonder van alles te moeten.

Workum-elfje

Friesland
Stil zo
Overal te kijken
Ver om mij heen
Genieten

Weten waar ik dan precies ben geweest of wil je ook zo’n ervaring? Kijk op www.ladolcefrisia.nl

18251507_418454368523595_4270811944660762624_n

Zo zenuwachtig

Ik ben zo zenuwachtig dat ik de deur niet eens normaal dichtdoe.

Dit is de maandelijkse vergadering van ‘mijn’ managers en die mag ik notuleren. Te gek. Maar vandaag ben ik er niet bij met mijn hoofd. In de verste verte niet. Ik schrijf wel op wat ik moet opschrijven, maar mijn hart is elders. Bij mijn lief.
Enerzijds: daar hoort-ie
Anderzijds: na 8 jaar hoef ik daar toch niet continu aan te denken?

Nou dat moet ik vandaag dus wel.
Hij wordt straks gebeld door school met de uitslag van zijn scriptie. Daarmee weten we of hij eindelijk is geslaagd voor zijn hbo. Het onderwerp bij de vergadering is heftig en grijpt me bij de keel.
WOEIOEIOEIOEIOEI klinkt er ineens heel hard. Ik dacht dat ik zelf neergegaan was, maar het blijkt het brandalarm. Ik ben bang voor brand. Gelukkig stonden er al snel veel medewerkers buiten, en iedereen spreekt me aan terwijl ik met een klam handje mijn telefoon in mijn jaszak vasthou, in de angst de trilling ervan te missen in deze chaos.

Eindelijk is de vergadering afgelopen.
En eindelijk gaat de telefoon.
De boodschap is helder: ‘niet voldoende’.
Maar ik moet door naar een cursus en heb geen tijd voor tranen.
Ik voel ze ook bijna niet, ik ben verdoofd.

Ja alles op zijn kop
Maar er zit niets anders op
Dan doorgaan in de zooi
Hopelijk wordt het ooit nog mooi

Donderdag 13 april 2017

Sport? Mariëlle? In een jurk? Huuuuhh?

Ja, je leest het goed. Het is mijn sport: kleding vinden die bij me past. Dat klinkt saai, maar dat is het niet. Draag jij kleding die echt bij je past? Als je diep in je hart kijkt, laat je jezelf dan zien met je kleding? Of heb je die behoefte niet?

Zonder beter te willen zijn voel ik me vaak anders. Ik heb me lang verscholen, maar vaak vroeg ik me af: ben ik dit?

Als ik geen rekening met de wereld om me heen hoefde te houden, wat zou ik dan doen? Welke kleding zou ik dan dragen?

Wat vind ik zelf nou echt mooi, zonder dat ik me laat beïnvloeden door het wereldbeeld, door de mode, door alles en iedereen om me heen?

Luisteren naar je hart. Daar ben ik al een tijdje mee bezig en dat lukt al best een beetje. Langzamerhand gaat het steeds beter. Inmiddels ben ik aardig tevreden met de inhoud van mijn kledingkast. In mijn dromen draag ik tule rokjes en Afrikaanse gewaden, maar zo anders wil en durf ik in de realiteit niet te zijn. Teveel opvallen past alweer helemaal niet bij me.

Twee weken terug was ik voor een reportage in Keulen en struinde ik vlooienmarkten af. Tot mijn vreugdevolle enthousiasme had ik mezelf toestemming gegeven om een outfit aan te schaffen ter vercompletisering van mijn artikel (leuk fotootje erbij, weet je wel). Normaal koop ik nooit kleding op een markt, maar ik zette mijn schroom aan de kant en snuffelde eens echt als een egeltje door de stapels en rekken polyester, wol, zijde, katoen en acryl. Ik kocht: 1 Indiaans shirt voor 5 euro, een dik wintervest voor 6 euro, een bloesje voor 5 euro en een jurkje voor 5 euro. Vooral die laatste blijkt in real life echt te gek te zijn. Hij past perfect. De rok is groen met zwarte stippen en waar de meeste anderen hem waarschijnlijk zouden combineren met een zwart vestje of jasje, probeerde ik mijn okelgeelachtige glittertrui. En het werd zoals ik hoopte. Precies zoals ik wilde. Precies zoals ik me voel. Deze vrolijke combinatie maakt mijn dag en ik ben trots dat ik dit nu gewoon durf te dragen.

20170421 outfit

 

… zonder er last van te hebben dat niemand er iets van zegt. Terwijl ik weet dat mensen het zien. Ik heb geen complimentjes nodig. Dit is wie ik ben – misschien een beetje vreemd – en er zijn genoeg mensen die dat zo accepteren. Nu ik zelf nog een beetje meer.

Patsboem hupsakidee bam

Niet op zoek naar nieuwe kleding, niet op zoek naar schoenen. Of eigenlijk: niet op zoek naar wat dan ook.
Juist dan loop je er – patsboem hupsakidee bam – tegenaan. Juist dan zie je wat je niet nodig hebt en heb je het spontaan wel nodig.
Een soort verliefdheid op het eerste gezicht.
Met aankopen is het hetzelfde als in de liefde.

Ik had namelijk precies hetzelfde met Peter. Ik was al heel lang Impromaniacsfan, wat inhield dat ik alle impromaniacs leuk vond. Dus ook Peter. Ik vond natuurlijk ook wel iets van alle individuen. Peter vond ik vooral een beetje vreemd. Niet dat het erg was: ik was niet geïnteresseerd in mannen. Hij was grappig, raar, veel ouder dan ik en hij leek onbereikbaar. Misschien leek hij zelfs wel totaal niet geïnteresseerd in die zus van zijn impro-vriend en haar harem (waar ik bij hoorde).

Dat hij dat integendeel was, ontdekte ik pas later.
Dat hij op mij lijkt, ontdekte ik nog veel later.
We hebben dezelfde visie op veel belangrijke dingen in het leven. We kunnen samen lachen en samen huilen. Samen gek doen en samen ruzie maken. Heel hard ruzie maken. En het daarna weer bijleggen.
Misschien was het toch stiekem wel een beetje liefde op het eerste gezicht. Want ik schafte hem aan en bracht hem niet meer terug.

Hij was geen miskoop.

Stond ik ff voor lul…

VROEMMMM VROEMMMMMM!!! De hele buurt is wakker. Alle buren zullen nu voor hun raam staan turen naar buiten ‘waar die klereherrie vandaan komt’. Ik heb geen tijd om me te generen. Ik moet deze auto van zijn plek krijgen.
Vijf keer opnieuw starten, vijf keer een klein stukje vooruit rollen in de eerste versnelling en ik sta een paar meter verderop wéér stil.
Ik bel mijn privé-ANWB in de vorm van Peter, die gelukkig opneemt. “Hoe werkt jouw auto?” vraag ik hem.
Het eerste wat hij oppert blijkt al gelijk de oplossing te zijn. Ik heb al zo lang niet in zijn auto gereden, dat ik even was vergeten dat zo’n barrel een ‘choke’ heeft. Je weet wel zo’n strakke ketting… huh? O nee, das een chokeR.
Nee een sjook dus, als je eraan trekt maakt die auto nog meer lawaai maar rijdt-ie tenminste wel weg.
Gierend van de lach scheur ik weg. Het is gelukt, het is gelukt! Jubelt mijn binnenste. Maar dan ben ik nog maar net mijn straat uit. Verstikt van de lach én de spanning bedank ik Peter. “Ik heb nu de rest van mijn aandacht nodig om naar Rotterdam te komen”, sputter ik, dus we hangen op.
Zeker een hele centimeter van mijn tong wordt afgebeten door mijn vier voorste – iets te gele – boventanden bij elke bocht en elk stop-moment.
Het voelt of ik word gelanceerd als ik wegrij. Ik probeer daarom zo min mogelijk weg te hoeven rijden. Als er een stoplicht aankomt of een voorrangsweg ga ik er vanuit dat ik gewoon door kan rijden. Zo niet, dan rem ik zo hard dat de auto bijna op zijn kop vliegt. Piepende banden, een geur in de auto alsof ik zojuist in de motor een lijk heb verbrand. Bijkomend voordeel is dat ik dan geen last heb van de gillende keukenmeiden, omdat de remmen zich zo voordoen bij normaal remgedrag.
Ik zit opnieuw te gieren van de lach, allemaal puur zenuwen die mijn lichaam uit willen. De enorme herrie – alsof er een bombardement is losgebarsten boven de plek waar ik rij – is echt niet om over naar huis te schrijven.

Gelukkig krijg ik al gauw het bericht dat mijn eigen auto door de APK-keuring is… Hoe flikt ze ‘t? Dit was mijn reactie:

20170216-foto