De. Speciale. Aanbieding.

Zondag schreef ik al dat er een speciale aanbieding aan zou komen. Nou, hier is-ie dan!!! En ik ben er superenthousiast over!

Wij hebben namelijk het perfecte kraamcadeau samengesteld: een zachtpluchen olifant van Villa Joep, een kaartje om je liefste wensen op te schrijven en een uitsprakenboekje; zodat geen herinnering vervliegt.

De opbrengst van de olifanten gaat volledig naar Villa Joep, waardoor het cadeau ook nog eens een goed doel steunt. Villa Joep zamelt geld in om het onderzoek naar neuroblastoom (een vorm van kinderkanker) te laten versnellen en de kans op genezing te vergroten.

Wil jij ook iemand verblijden met zo’n mooi cadeau en daardoor een bijdrage leveren aan het goede doel? Dan kan je kiezen uit 2 opties:

1) Olifant + kaartje €12

2) Olifant + uitsprakenboekje (+ gratis kaart naar keuze) €18

Meer weten of wil je een kraamcadeau bestellen? Reageer dan op deze blog, dankjewel.

Delen = lief

Dit is een samenwerking met Mijn Minne
Ik schreef al vaker over Villa Joep. Ik houd mij bezig met dit goede doel, omdat mijn zus is overleden aan neuroblastoom. Voor meer informatie over deze vreselijke ziekte, kijk op www.villajoep.nl.

De markt

Zaterdag 14 september, 7.15 uur. De wekker gaat en ik sta gelijk op, want ik moet nog veel doen: door de schuur klimmen om achterin twee klapstoelen tevoorschijn te vissen. De autostoel uit de auto halen en een paar dozen in mijn auto zetten. Wisselgeld opzoeken. Broodjes smeren. Thermoskan vullen. En natuurlijk ook gewoon ontbijten.

 

Om 8.45 uur start ik mijn auto en race ik met mijn vriendin Estella naar de markt waarvoor we ons maanden terug al opgaven. Ik zet mijn olifanten op een tafeltje in de grote zaal van de Boog. Nieuwsgierig kijken ze om zich heen. ‘Laat die kopers maar komen’, hoor ik ze denken. Maar die kopers komen niet. Ik had verwacht dat de markt wat diverser was, maar het is eigenlijk alleen maar rommel. De mensen die langs de kraampjes struinen komen voor rommel en niet om een goed doel te steunen. Misschien hebben ze er ook geen geld voor. Iemand vertrouwt me zelfs toe onder het bijstandsniveau te leven. “Je moet eerst voor jezelf zorgen”, kan ik dan ook slechts beamen.

 

Ik ben bescheiden. Een eigenschap die ik normaliter koester, maar die op zo’n markt niet echt van pas komt. Ik wil niet te opdringerig zijn. Maar ik wil wel heel graag iedereen vertellen hoe belangrijk dit doel is. Ik gun kinderen om hun broertje of zusje met neuroblastoom wél hun leven lang naast zich te hebben. Heel bijzonder vind ik het dat er een jongen met neuroblastoom langs mijn kraampje komt. Hij is 6 jaar. Voor zijn behandeling en genezing sta ik hier dus. Zijn oma koopt een olifant.

 

Uiteindelijk verkoop ik 2 olifanten op die hele dag. Ik klaag niet, want ‘alle beetjes helpen’ is een cliché omdat het waar is. Maar natuurlijk zou ik liever veel meer olifanten hebben verkocht. Ook omdat ik nu twee grote dozen op mijn zolder heb staan. Vol verdrietige olifanten die graag een nieuw baasje willen.

 

Voel je je geroepen er eentje te adopteren? Je maakt me zo dankbaar! Als je in (de buurt van) Krimpen aan den IJssel woont, breng ik hem met liefde bij je langs. Een olifant kost 10 euro en dat bedrag gaat volledig naar Stichting Villa Joep.

 

Wil je de olifant weggeven als kraamcadeautje? Leuk! Maar wacht dan nog héél even, er komt binnenkort een SPECIALE AANBIEDING aan.

 

DSC_0031

Restaurant De Egelantier vol liefde

Appje komt binnen: “We willen jullie van harte uitnodigen om een weekend bij ons door te brengen inclusief een etentje op onze kosten bij de EGELantier”. Dat lieten we ons geen twee keer zeggen, we planden gauw een tripje naar het hoge noorden waar onze geliefde Martijn naartoe verhuisde. Ik vond het superleuk dat dat restaurant zo heette, maar google leerde mij dat egelantier een kruid is en dus niks met egeltjes te maken heeft. Het geeft niet, het is sowieso hartstikke leuk en lief.

We lopen naar het restaurant. Boven het restaurant hangt de naam van het restaurant. De eerste vier letters zijn donkergedrukt, de rest niet. Bijzonder. En leuk, want egel! Al sinds mijn oma mij rond mijn 7e levensjaar een mooie gekleurde egelknuffel cadeau deed, ben ik gek op dit bijzondere dier. Mijn hele huis en mijn hele tuin staan er inmiddels vol mee. O, en mijn bed ligt er ook vol mee. Peter mag blij zijn dat hij er nog bij past (uiteraard onder de voorwaarde: stekels in zijn haar).

Als we naar binnen stappen, zie ik als eerst een kinderstoel met een egeltje erop geschilderd. En dan zie ik een egel waar je je schoenen mee kunt borstelen. En dan zie ik een egelbeeldje staan. En nog een. En nog een. En nog een. Van binnen word ik helemaal gek. Mijn ogen worden groot en kijken vol bewondering rond. Ik loop verdwaasd achter mijn vrienden aan naar het tafeltje dat voor ons gereserveerd is. Overal zie ik egels, overal. We bestellen een drankje, ik zie dat mijn servet zelfs in de vorm van een egel is gevouwen. Ik kijk omhoog en zie een enorme plank aan de muur, waar allemaal egels op staan. Ik zie boven Martijns hoofd een egelbeeld aan de muur hangen. Er staan verspreid door de ruimte minivitrinekastjes vol egelbeeldjes. Ik dwing mezelf te concentreren op het gesprek – wat uiteraard ook gewoon heel gezellig is – en verzin snel wat ik wil eten. Ik kan niet wachten, ik sta op en loop een rondje. Ik zie diverse beeldjes die ik ook in mijn bezit heb. Dit is zo opwindend dat ik helemaal gloei. Toch loop ik gauw door, ik wil niet te lang bij het tafeltje wegblijven. Eenmaal terug aan tafel vertelt Martijn dat er vroeger in dit restaurant ook een echte witbuikegel was. Dat is een Afrikaanse egelsoort die soms als huisdier wordt gehouden. Ik ben daar op tegen, egels horen in de natuur. Maar egels zijn wel lief, allemaal, dus ik had het wel leuk gevonden er eentje te zien. We genieten lekker van ons hoofdgerecht en tot mijn grote vreugde willen de twee mannen ook een rondje door het restaurant lopen. Gelukkig is het niet te druk in de zaal. Ik vertel vol enthousiasme welke egels ik herken, welke ik ook heb, welke ik heb in een andere kleur of maat, welke ik heel leuk vind en waarom en welke ik ook wil hebben. Zelfs de twee egels die wij in de tuin hebben staan, staan hier ook. Op de bar staan ook egelbeeldjes en egelkandelaars en egelschalen. En dan zien we het oude hok van de witbuikegel. De eerste keer was ik er gewoon langs gelopen. De eigenaresse van het restaurant had natuurlijk allang gemerkt dat ik zo enthousiast was – ik had het onmogelijk onder de stoelen of banken kunnen schuiven – en stond ineens achter ons terwijl ze zei: “ik kan hem er wel even uithalen hoor” en voor ik het wist opende ze het hok, schoof het een en ander aan attributen opzij en toverde daar een echte, levende witbuikegel tevoorschijn. Hij was er dus nog steeds. Mijn ogen worden groot, ik voel mijn benen een beetje slap worden, mijn handen trillen. Eigenlijk barst ik gewoon in huilen uit. Van geluk dan hè. “O, ik moet ervan huilen, dat is raar he?” stamel ik met een brok in mijn keel. Ik veeg gauw mijn tranen weg omdat ik goed wil kunnen kijken. De egel wordt op een tafeltje gezet. Hij loopt olijk rondjes, het interesseert hem allemaal niks. Ik bewonder hem. Ik zie hoe tenger en iel en kwetsbaar hij is – en hoe intens schattig. Ik zie zijn minuscuul kleine pootjes, zijn witte stekels en zijn gekartelde oren, dat laatste komt door de ouderdom, wordt me verteld. Pebbels is ongeveer 3,5 jaar. Haar nieuwsgierige neusje steekt ze snuffelend in de lucht. Ik mag haar zelfs even vasthouden, maar durf niet goed. Ze is zo klein. Zoveel kleiner dan een Europese egel. Ik voel natuurlijk wel eventjes. Ik aai haar. Wat raar om een egel te aaien. Egels horen dat niet fijn te vinden. Egels horen boos op mij te zijn als ik ze aanraak. Ik wil dat een egel zich zo ver mogelijk oprolt als ik in de buurt kom. Ik wil dat zijn stekels kriskras door elkaar heen staan om mij ervan te weerhouden hem op te pakken. Ik wil dat hij, zoals het een wild dier betaamt, door de bosjes struint op zoek naar slakken, wormen en spinnen. Ja, ik zie liever wilde egels. Maar dit is ook een egel en alle egels mogen er zijn. Want egels zijn liefde. Ik hou zoveel van elke egel in de wereld. Mijn hart is vervuld.

Vandaar ook de nieuwe foto bovenaan mijn blogpagina.

Martijn en Esther, zoveel dank voor deze onbeschrijflijke ervaring.

PhotoGrid_1566203652394

Droomwereld

Je droomwereld induiken. Hoe leuk klinkt dat? Ik kan je vertellen, dat ís het ook. Ik schreef een aantal punten op waar mijn droomwereld aan moest voldoen, maar kwam al gauw tot de conclusie dat het geen lange lijst zou worden. Mijn woorden waren omvattend genoeg. En toen ging ik het schilderen.

Ik laat mijn droomwereld graag aan je zien. Het is een vrije wereld, vrolijk en liefdevol.

De opdracht:
PhotoGrid_1567003187428

Een hart was mijn start, omdat ‘liefde’ bovenaan mijn lijstje stond. Want wat is een droomwereld zonder liefde? De achtergrondkleur werd roze. Vanuit het hart ontstond een onbekende vorm die me tegenstond, al vond ik het metallic roze wel een vette kleur. Ik hou van dingen die schitteren en glitteren. Ik werkte de vorm verder uit en tot mijn verbazing werd het een slang. Het voelde als een duiveltje. Niet als een fijne slang, zoals ik zag in Bulgarije, of bij mijn broer in het terrarium. Blijkbaar is dit duivelse beest toch een vast onderdeel van mijn leven geworden. Wil ik niet. Maar ja, accepteren is key om iets te kunnen loslaten, zo heb ik inmiddels wel geleerd. Dus hij mag er zijn, zij het aan de zijkant, niet al te opvallend, misschien zelfs vriendelijk lachend, in mooie kleuren, mij in de gaten houdend. En op een moment van zwakte hapt hij toe en geeftie me stress. Hoort zo’n slang in een droomwereld? Ik denk het wel. Want zonder vervelende dingen geniet je minder van de fijne dingen, dus in zekere zin is die balans welkom.

De zon schijnt. In het midden is een rustpunt, helemaal wit, daar is verder niets. Zo’n rustpunt hebben we allemaal in ons, bereikbaar door meditatie (lees: ‘Ki, kracht van binnenuit van Hans Peter Roel, een werkelijk prachtig boek). Ik gebruik blije kleuren. De egels en de zon zijn het enige waar ik niet heel precies op zit te pielen en eigenlijk vind ik die het mooist (duh: perfectionisme maakt niet alles beter). De egeltjes krijgen gras. De ballonnen zorgen voor wat kleur, maar ze zijn wel milieuvriendelijk. Anders is het absoluut geen droomwereld voor mij.

_20190828_161439

Mijn vriendin was nog niet klaar met haar versie van haar droomwereld, dus ik schreef ook nog twee elfjes bij mijn schildering.

Zonnestralen
Vrijheid, blijheid
Egels kruipen langs
Ballonnen in de lucht
Vrede

Duivel
Gemene slang
Aan de zijlijn
Je mag erbij zijn
Welkom

Het is heerlijk om zo je eigen schildering te ontrafelen. Om er dingen in te zien en vervolgens over jezelf te leren. Wat zijn deze creativiteitskaarten fantástisch. Dank aan Ina Wuite van Speelse Kunst voor het vinden van een van de laatste paren.

Wil je ook een droomwereld schilderen? Ben je nieuwsgierig naar andere creativiteitskaarten? Je bent welkom. Kom gerust eens langs, dan schilderen we samen. Jij mag de kaart trekken.

Liefs, schrijfmar

Boter, kaas en eieren

Rechtstreex.
‘Dat schrijf je met ks’, hoor ik je denken. Normaal gesproken zou ik je gelijk geven, maar nu even niet. Voor het geval je dit nog niet kent: rechtstreex is echt de ultieme kans om iets goeds voor de wereld te doen. Je koopt je boodschappen rechtstreeks via www.rechtstreex.nl bij boeren uit de omgeving. Teveel gedoe? Ik dacht ’t niet. Je kunt bestellen via internet nadat je uitgebreid tussen de producten hebt geneust, online betalen en je producten afhalen bij een gezellige locatie waar jouw boodschappen klaarstaan op een moment dat het jou uitkomt. Dat klinkt bijna onmogelijk fantastisch, he? Maar dat is het dus niet. Wat ik zelf extra leuk vind is dat ik kan zien waar het vandaan komt. Ik kocht aardappels uit Rhoon, bloemkool uit Oud-Beijerland en het zachtste kipfilet ooit uit Oosterland, Schouwen-Duiveland. En dat allemaal in één bestelling. O ja, de eierkoeken zijn ook een aanrader. Ze zijn zo zacht, net een smaakvol kussentje.

“Heerlijke spruutjes!”

Ja, de keuze is reuze bij Rechtstreex: boter, kaas en eieren. Melk, vla en kwark. Jam, ketchup, kruiden. Er zijn ook producten die iets minder mooi zijn. Weggooien is verspilling en je proeft het niet als een appel, peer of paprika een klein plekje heeft of een beetje is vervormd. Discriminatie zou dat zijn. De boeren krijgen een eerlijke prijs voor hun product en we kunnen allemaal wel bedenken waarom dit beter voor het milieu is dan je voedingsmiddelen uit andere delen van Europa halen – zolang dat niet nodig is. Er is in onze omgeving zoveel groente: vers en onbespoten, direct van het land even verderop. Ik vind het fantastisch en eigenlijk onze plicht om bewust met onze wereld om te gaan. Er is één groente die ik echt niet eet, maar waar mijn moeder gek op is: spruitjes. Ik kocht ze dan ook voor haar via Rechtstreex en ze riep verrukt uit: “het zijn heerlijke spruutjes! Zoals spruutjes horen te smaken!” en ze noemt dat ‘spruutjes’ omdat ze zelf ook van Schouwen-Duiveland komt. Net als die kipfilet.

 

 

 

 

Deze column verscheen eerder in IJssel en Lekstreek Krimpen.

Bucket list

“Wat heb ik nou helemaal bereikt?”
Deze midlifecrisisgerelateerde vraag grijpt mij zo nu en dan naar mijn keel. Vooral op momenten dat ik net even nergens over pieker, klimt die gedachte genadeloos door mijn lijf om te zorgen voor hoge bloeddruk, hartkloppingen en angstzweet. Want als je niks bereikt, ben je dan iets waard?

Het is een negatieve gedachte en toch neemt mijn brein deze keer een fijne afslag.
Want ik heb wel degelijk dingen bereikt, realiseer ik mij. Ik sta er misschien niet vaak genoeg bij stil, maar het is wel zo. Ik heb een enorme reisbucketlist die ik nooit voor mijn dood kan hebben afgewerkt. Zelfs niet als ik 100 word. Maar als ik naar de andere dingen kijk waar ik vroeger over droomde, al dan niet bewust, dan heb ik al heel veel bereikt.

Van de tien dingen die nu in mij opkomen, heb ik er acht allang in de pocket. Het hoeft niet ingewikkeld te zijn om zaken van je bucketlist af te strepen. Integendeel. Of is het dan niet bijzonder dat ik een diploma heb behaald? Of werk heb gevonden? Of een eigen auto heb? Ik weet dat het merendeel van de volwassenen dat heeft, maar dat zegt niks over mij. Ik heb het gedaan en het is niet zomaar naar me toegevlogen. Daar mag ik trots op zijn, dankbaar voor zijn, blij mee zijn.

Tel uw zegeningen, zeggen ze toch? Staat dát op jouw bucketlist?

20181109 foto bucketlist

Gelijk

Zomaar een gesprekje

“Als je toch naar boven gaat, neem dit dan gelijk mee”, zeg ik en ik peuter snel het prijsje van het kinderboek af dat ik op zolder wil bewaren in onze cadeaudoos, genaamd Kadoos. Kadoos heeft ook een broer, genaamd Kadeux. Maar daar gaat dit verhaal niet over.

Het stickertje is los en ik plak het op Peters pyjama, terwijl hij met uitgestoken hand staat te wachten tot ik hem het boekje geef.
“Als je het stickertje niet wil, gooi je hem maar in de prullenbak”, zeg ik. Peter kijkt beteuterd. “En als je dat zielig vindt, bewaar je hem maar bij je eigen spullen”, grap ik. Ik draai me om.
Peter gooit het stickertje inderdaad niet weg.
“Hij is verdrietig, omdat hij niet op jou heeft gezeten”, zegt Peter. En voor ik hem kan tegenhouden zit het stickertje achterop mijn schouder. Ik kan er net niet bij om hem eraf te halen, maar dat doet Peter al voor mij. “Zo. Nu is zijn leven voltooid”.

“Dat is echt raar”, zeg ik.
“Wat?” zegt Peter.
“Peter van Embden”, antwoord ik.
“Weet je wat pas raar is? Mariëlle van der Lee”.

“Nou dat valt echt wel mee”, reageer ik weer, “en ik kan het weten. Ik maak haar dagelijks mee. Ik kan niet zonder haar”, zeg ik.

“Daar heb je wel een punt ja”, geeft hij mij gelijk. Maar dat wist ik al. Ik heb altijd gelijk.

Het kan me niet meer schelen, ik doe het zelf wel

Verklaar mij maar voor gek. Dat doen mensen mijn hele leven al, het doet mij niks. Ik weet dat ik soms een beetje anders ben, daar ben ik trots op 🙂

Ik deed onlangs voor de derde keer mee aan schoonmaakactie in ons land. Drie jaar lang deed ik dat eenmaal per jaar. Deze keer maakte het de meeste indruk. Ik realiseerde me op een dieper niveau de impact van de gigantische afvalberg die wij produceren. Ik hoor je denken: “saaaaai, dat weet ik nu wel”. Terecht. Want we weten het ook allemaal wel.

Maar ik wil zo niet langer leven.

Ik wil mij niet langer ergeren aan het afval rondom mijn huis, aan de papieren en plastic verpakkingen die in mijn heg blijven haken. Ik wil niet bang zijn als ik met mijn oppaskindje in de speeltuin loop, dat hij steeds met afval aan komt zetten. Ik wil niet continu tegen hem moeten zeggen: “laat dat maar liggen, dat is vies”. Het arme kind ziet in zo’n speeltuin alleen maar afval liggen.
En er is maar een manier om daar vanaf te komen. Ik ben een klein mens in deze grote wereld, maar als je nergens begint gebeurt er ook niks. Ik heb mij voorgenomen om de volgende keer een vuilniszak mee te nemen naar de speeltuin. Terwijl mijn kleine vriendje onbezorgd speelt, raap ik de grootste vervuilers op. Al het afval blijft jarenlang rondslingeren als niemand het opruimt. Het is een kleine klus met groot effect, want ik heb wel een schone(re) omgeving. Het enige is dat ik mij over mijn schroom heen moet zetten om die viezigheid daadwerkelijk vast te pakken, dus ook het natgeregende karton, de halfvolle blikjes cola, de volgesnoten zakdoeken en andere ondefinieerbare, dubieuze troep. Gelukkig heb ik thuis zeep en schoon water. 

Twee weken geleden was de Beach Clean Up Tour 2018. Met twee vrienden deed ik mee op het stuk tussen Monster en Hoek van Holland. We raapten samen met 121 andere vrijwilligers 440 kilo afval op.

IMG-20180812-WA0002Op dit stuk van 8 kilometer hebben we de sigarettenpeuken apart gehouden. Dit bleken in totaal 14696 stuks te zijn. Op 8 kilometer! Ik ben daar vreselijk van geschrokken. Dit is nog een klein stuk strand, maar ik zie ze altijd overal. Ze worden zo gemakkelijk weggegooid, het lijkt klein. Maar omdat ze in zulke grote getale zijn is het extra vervuilend. Een peuk bestaat voor 95% uit plastic. Het plastic breekt af en het worden minuscule deeltjes die overal tussen komen te zitten. Dieren krijgen ze binnen en daarmee wij ook. De grotere stukken drijven als vanzelf naar elkaar toe in de oceaan en vormen de gigantische plastic soepen. Waarom zijn wij mensen zo laf om hier niks aan te doen? Waarom laten we het gewoon gebeuren? Als iedereen gewoon zijn eigen rommel opruimde, was er weinig probleem. Maar nee hoor, daar zijn we te lui voor. Het afval van een ander opruimen was voor mij ook lange tijd een no-go. Maar ik ben degene die me eraan ergert en ik ben de enige die er iets aan kan doen. Dat ga ik dus ook doen. Ik ben vastbesloten mijn eigen omgeving schoner te maken. En als mensen om mij heen dat raar vinden, dan is dat hun probleem. Dan zijn ze blijkbaar zelf niet bewust genoeg en dat kan ik alleen maar jammer vinden.

Ik volg soChicken, een inspirerend online platform over ‘beter leven’. In zijn mail zie ik dat Jelle, het soChickenbrein, schrijft over leven met minder afval. Hij verwijst naar een artikel met tips en – ik citeer – “wie weet wordt die laatste tip in het artikel je nieuwste hobby”. Ik weet gelijk wat hij bedoelt. En ja hoor: hij bedoelt wat ik ook bedoel.
En weet je? Het is een fantastische hobby. Mijn psychosomatisch fysiotherapeut vond het strand opruimen echt fantastisch.

‘Ohhh, wat mindful!’ riep ze gelukzalig uit toen ik het vertelde.

En inderdaad: afval opruimen betekent dat je focus op de aarde is. En die focus wegtrekken uit je hoofd is voor mij hartstikke goed. Bovendien ben je in beweging, het wordt mijn nieuwe sport, zo besluit ik bij deze. Doe je mee? Want samen is nog gezelliger en bereiken we meer. Maak ons trots op onze omgeving!

 

PS hebben jullie al gehoord van deze fantastische man, de held Boyan Slat?
https://www.facebook.com/brightvibesNL/videos/1821351084623126/UzpfSTU1MTEwMjA3MzoxMDE1NjcyNDE5MDE3MjA3NA/
Het is echt de moeite waard om te lezen wat deze man doet en trots te worden op deze Nederlander (die in december 2017 zelfs is uitgeroepen tot Nederlander van het jaar, hartstikke terecht)
https://nl.wikipedia.org/wiki/Boyan_Slat

Als op de snelweg je remmen het begeven

Een eerder garagebezoekje had ons wat spanning en een uurtje vertraging opgeleverd tijdens onze vakantie. Peter had namelijk gemerkt dat de remmen het niet deden toen hij ergens 20 of 30 km p/u reed. Best eng, dus we lieten het direct controleren bij de dichtstbijzijnde garage. Veel tijd hadden ze daar niet, maar ze wilden wel onze remmen even testen. Er bleek een verschil tussen beide remmen te zitten, wat verklaard kon worden door de (iets te zwaar) beladen auto. Het leek geen dusdanig groot probleem en als een monteur dat zegt, dan geloof ik dat. Ik heb er zelf immers geen kaas van gegeten, ik hou niet zo van kaas.

Dus wij gaan verder, wel met een lichte extra alertheid. Maar het ging een paar dagen goed en het bleef goed gaan en als je uren en uren hebt gereden dan ben je je niet meer zo bewust van het eerdere (en mogelijke) probleem.

Thuis even naar de garage om het nog uitgebreider te laten nakijken, staat sowieso op de planning.

Voor nu: zo snel mogelijk (terwijl we ons uiteraard houden aan de maximale snelheid) naar huis. Want wát wil ik graag naar huis. Ik ben moe van alle indrukken, van de intensieve vakantie. Het is genoeg geweest. We rijden vandaag van Günzburg naar huis, ruim 700 kilometer, en ik heb al vier uur achter elkaar gereden met enkel een plasstop. Ik word in de middag meestal wat slaperiger, dus dan mag Peter rijden. Die vindt het allemaal wel best en zit lekker onderuitgezakt naast me. Regelmatig is er hier op de snelweg geen maximum toegestane snelheid en er rijden flink wat gekken idioot hard langs ons heen. Ik vind dat niet prettig. Ik kan zelf niet zoveel harder dan 130 met deze auto, maar die snelheid hou ik wel zoveel mogelijk aan. Ik wil immers naar huis!

Ik rij alsnog harder dan veel andere auto’s, en begeef me dan ook regelmatig op de linkerbaan. Het is vrij druk en op een gegeven moment wordt er ongeveer honderd meter voor me geremd. Uiteraard zet ik ook mijn voet op de rem. Ik trap de rem helemaal in: deze auto pakt de rem altijd pas vrij laat. Het duurt, zo lijkt het, een paar seconden voordat ik mij besef dat ik de rem helemaal indruk, maar de auto geen vaart mindert.

“Hij remt niet!” zeg ik luid en duidelijk tegen Peter, die onmiddellijk omhoog schiet en de situatie rondom ons in ogenschouw neemt.

Mijn hart is direct wild aan het kloppen geslagen en mijn hele lichaam voelt gespannen van de adrenaline die als een wilde door mijn aderen stroomt. Tranen schieten in mijn ogen, maar ik voel de drang om hier veilig uit te komen. ‘Dit kan niet waar zijn. Dit gaat niet gebeuren’, zo schiet er door mijn hoofd en mijn volledige concentratie is op de weg gericht, hoezeer ik ook in paniek ben.

Mijn keel wordt dichtgeknepen van angst. Peter bedient de handrem en ik blijf met mijn rechtervoet op de rem drukken, steeds opnieuw, omdat de auto soms wel ineens remt. Het gaat schokkerig. Gelukkig zijn de auto’s voor ons gestopt met remmen en Peter ziet over 1000 meter een parkeerplaats. “Daar gaan we heen”, dirigeert hij. En ik weet niet hoe, maar we zijn er gekomen.

Als ik de uitrit oprij denk ik even dat ik gered ben, maar ik moet nog parkeren en heb nog steeds een redelijke vaart.

Bovendien staan er meer auto’s op de parkeerplaats. Maar het gaat goed. Met de handrem en het pompen op de voetrem komt de auto godzijdank zonder welke schade dan ook tot stilstand. Peter stapt uit, ik blijf zitten. Ik voel mijn hele lijf trillen. De tranen zitten in mijn ogen, maar komen er niet uit. Ik hoor dat ik hijg en Peter reikt me zijn hand. “Kom, stap even uit”, zegt hij lief. Ik geef geen antwoord. Ik blijf zitten. Ik zou niet weten hoe ik nu op deze trillende benen moet staan. Pas na een kwartier komt mijn lichaam een beetje tot rust en gaat de paniek weer op non-actief. De tranen stromen eindelijk en ik stap toch uit. Peter staat wat verdwaasd onder de motorkap te kijken en ik knuffel hem. Ik wil nu nog liever naar huis, en snel ook. Maar met deze auto kunnen we zo niet meer rijden.

(tekst gaat verder onder de foto)

20180803 remmen doen het niet foto

Het is een heel angstaanjagende gebeurtenis en het kan bij elke auto gebeuren. Dit betrof een oude auto die wel onlangs voor twee jaar APK heeft gekregen, maar bij een keuring wordt niet de remklauw gecontroleerd op slijtage en dat was bij ons het geval. Omdat de remblokken zijn aangelopen, werden de remmen en de remvloeistof te heet en viel uiteindelijk de druk weg. Alles rondom de desbetreffende rem was ook bloedheet toen wij gestopt waren. In een garage zijn we geholpen, al was de weg ernaar toe ook stressvol voor mij (mannetje van de ADAC zei herhaaldelijk dat de auto naar de sloop moest, dat we een treinkaartje moesten regelen en dat er op vrijdagmiddag toch geen hulp meer zou zijn bij de garage waar we heen werden gebracht). En ik wilde zo ontzettend graag naar huis, zeker na deze heftige gebeurtenis.

Nadien heb ik nog diverse keren een lichte angst gevoeld in mijn eigen auto, tijdens het rijden naar bijvoorbeeld mijn werk, zodra er vóór mij werd geremd. Gelukkig gaat het elke keer wel goed en hebben we dit avontuur overleefd, waar ik echt ontzettend dankbaar voor ben.

Het is goed om altijd bewust te zijn van je mogelijkheden, mocht je in ook ooit in zo’n situatie terecht komen. De handrem is een goed alternatief. Ook met hoge snelheden kan de handrem vervangend werken voor je voetrem. Gebruik in een noodsituatie je waarschuwingsknipperlichten en je claxon, als je er tijd voor hebt. Zigzaggend rijden kan frictie creëren en daarmee ook lichtelijk afremmen. Remmen op de motor kan uiteraard ook door gas los te laten en langzaam terug te schakelen, maar dan moet je wel tijd en ruimte hebben. Dat je in zo’n geval altijd rechts of op de vluchtstrook moet gaan rijden, lijkt me voor zichzelf sprekend.

 

27 juli, de dag

De dag na de nacht waarin niemand sliep.
De dag dat je ijsklonten in je thee doet.
De dag dat we allemaal op pad gaan met een extra tas vol flesjes water.
De dag dat we allemaal naakt over straat willen.
De dag dat het zelfs te warm voor slippers is.
De dag dat deodorant overbodig werd.
De dag dat je je handen na het wassen niet hoeft te drogen, omdat ze al droog zijn tegen de tijd dat je bij de handdoek gearriveerd bent.
De dag dat je voor je lol rondjes gaat rijden in je auto vanwege de airco.
De dag dat we allemaal maar één vriend meer hebben: de ventilator.
De dag dat ‘hittegolf’ een andere dimensie aannam.

Maandag was de dag dat ik de column schreef voor de IJssel en Lekstreek waarin ik iedereen opdroeg vooral maar lekker te genieten van de warmte, even niet te zeuren en gewoon rustig aan te doen.

Woensdag was de dag dat de column in de krant verscheen. Woensdag was tevens de dag waarin ik het zelf bij nader inzien toch opgegeven had nog maar enigszins van de hitte te genieten én er niet over te klagen.

Ik ben niet gemaakt voor dit weer. Toen het weken geleden begon, begon ook mijn eczeem. De rondjes in mijn airco, ik bedoel auto, worden gekenmerkt door rare houdingen waarin ik zoveel mogelijk probeer bij alle jeukende plekjes op mijn lijf te komen. Niet krabben is namelijk geen optie als je huid zo pijnlijk steekt van de jeuk.
Even is de warmte wel leuk hoor, vakantiegevoeletje tot en met, enzo.
Ik had niet gedacht dat de hitte zo zou gaan tegenstaan. Met andere woorden: ik klaag tot ik een ons weeg, maar eigenlijk eet ik door de hitte al dusdanig weinig dat ik binnen no-time daadwerkelijk ook een ons zal wegen. Heeft het toch nog voordelen, die onuitstaanbare hitte. Toch maar niet klagen dus.